Restauratie Botter MK 63

Album Restauratie MK 63 Enkhuizen

Subsidiegevers en Donateurs


 

Restauratiejournaal 8

Om de vaart erin te houden gaan medewerkers van Scheepswerf Stofberg alvast aan het werk met de tweede huidgang, de bovenste aan bakboord, direct onder het berghout.

Op de eerste foto wordt de tweede plank in de juiste kromming gebrand. Frank houdt de brander eronder en stagiair Joost houdt het hout met een borstel goed nat.
Op foto 2 steekt vrijwilliger Jippe één van de houten pennen waarmee de oude boutgaten worden gedicht.
Foto 3: Vrijwilligers Henk (r.) en Aernout slopen een bout met de grote 'kiezentrekker'.
Foto 4: Het oude hout komt er in stukken en brokken uit, sommige nog mooi blank, maar andere al aardig zwart. Wat bewijst dat tijdig restaureren een verstandige beslissing was.

Foto's : Peter Dorleijn
Bericht: Anita Muller


 

Restauratiejournaal 7


 

Een lange stilte aan het restauratiefront betekent niet dat de boel een poos heeft stilgelegen, integendeel! De restauratieploeg gaat nog steeds driemaal per week met frisse moed in rotten van drie naar Enkhuizen om aldaar de strijd met het weerbarstige hout aan te binden.
Vooral de eerste huidgang gaf zich niet zomaar gewonnen. Eenmaal uitgezaagd en kromgebrand wilde hij maar niet passen. Na telkens verschuiven, bijschaven, veel leermomenten, een berg engelengeduld en zeker dertig keer erop en eraf tillen lukte het uiteindelijk. Lange rvs schroeven houden de nieuwe gang stevig op zijn plaats.

Bij de foto's:
1. Peter II en Dirk bezig met het krombranden van de eerste huidgang. Vroeger brandde men met bossen riet. Nu gebeurt dat met een gasbrander, die op de onderkant van het hout wordt gericht. Het hout wordt tegelijkertijd goed vochtig gehouden om inbranden tegen te gaan. Door warmte en vocht wordt het hout buigzaam.
De uitgezaagde plank steunt op een stelling en is aan één uiteinde verzwaard met een gewicht dat de plank op spanning houdt. Een staaf of buis in de juiste kromming wordt regelmatig langs de plank gehouden om te controleren of deze in de goede vorm buigt.
2. Peter D vlakt de spanten af zodat de huidgang straks mooi strak aansluit.
3. De oude gaten waar de bouten in zaten zijn dichtgemaakt met houten pennen. Ze worden nog netjes afgewerkt met houtlijm.
4. Op spiekbriefjes wordt aangegeven waar de oude gaten in de spanten zitten opdat daar niet opnieuw in wordt geboord.

Foto's : Peter Dorleijn
Bericht: Anita Muller


 

Restauratiejournaal 6

Alle gaten van de oude bouten zijn opgevuld met handmatig ‘gestoken’ houten pennen. Met behulp van een buigzame lat zijn ongelijkheden in het verloop van de spanten weggewerkt. Nu kan de nieuwe huidgang worden ingemeten. Dat gaat met behulp van een houten mal, die vanwege de lengte – ruim zeven meter – is samengesteld uit drie delen. Een ingewikkeld karwei vanwege de vorm van het achterschip.

SCHRALE KONT

Een botter heeft een ‘schrale kont’: naar de achtersteven toe schuin oplopend en sterk gebogen. De mal krijgt dus een gebogen vorm en moet ‘in zwei’ worden uitgezaagd. Het verloop van de schuinte wordt met de zweihaak gemeten. De maten worden op een ‘zweiplankje’ afgetekend. De mal wordt smaller gemaakt dan de uiteindelijke huidgang en met klemmen op de spanten vastgezet. Met dwarslatjes kan dan de breedte van de nieuwe huidgang tot op de millimeter nauwkeurig worden aangegeven.

Aan de hand van de mal wordt bepaald welke plank uit de gezaagde stam het meest geschikt is. Bepalend daarbij is de uitdrukking ‘het hart wil de zon zien’, want hout 'werkt'. Aan de hartzijde heeft het de neiging in de breedte enigszins bol te trekken. Van die eigenschap kun je gebruik maken opdat de plank het verloop van de scheepsromp zo goed mogelijk volgt. Verder moet rekening worden gehouden met de ‘draad’ van het hout en eventuele noesten en scheurtjes. Een heel gepuzzel dus. Het gezegde luidt niet voor niets ‘met passen en meten wordt de meeste tijd versleten’. Nadat de mal langs een buigzame lat mooi vloeiend op het hout is afgetekend kan de cirkelzaag ter hand worden genomen.


 

Restauratiejournaal 5

Een hoopje roestige bouten zoals ze na vijfenvijftig jaar bij het slopen tevoorschijn kwamen. Voor het vastzetten van de nieuwe huidgangen worden straks roestvaste schroeven gebruikt. Niet authentiek, maar wel beter en onzichtbaar weggewerkt. De gaten waar de oude bouten hebben gezeten worden opgevuld met zelfgemaakte houten pennen. Voor het aanbrengen van de nieuwe huidgangen moeten nieuwe gaten worden geboord.

Buiten ligt de gezaagde stam eikenhout al klaar. Er is bewust gezocht naar een enigszins gebogen stam omdat de huidgangen niet recht zijn. Een deel van het hout kon worden bekostigd uit de opbrengsten van onze crowdfundingsactie 'Nieuw hout voor de botter MK 63': € 1.160,-! Met dank aan alle donateurs die dit bedrag bijeen hebben gebracht. Fantastisch!


 

Restauratiejournaal 4

Daar schrik je dan wel even van, als je ziet hoeveel hout er al uit is. En dit is nog maar één gang! Plus een stukje van de tweede gang aan stuurboord om erbij te kunnen voor het netjes afvlakken en laten stroken van een spant. Bij de restauratie van 1964 was dat niet mooi genoeg gebeurd naar de zin van de schipper. Tja, het moest toen allemaal snel gebeuren en je hebt ook niet altijd het beste hout voorhanden of je komt net een smal reepje tekort.
Nu heb je de kans om hier en daar wat aan te vullen of bij te schaven zodat het nieuwe hout straks mooi vlak aansluit.


 

Restauratiejournaal 3

Als de delen van de eerste (bovenste) huidgang tussen de spanten zijn weggezaagd moet het hout dat nog aan de spanten vastzit met de koudbeitel voorzichtig worden weggekloofd. Als dat gedaan is ziet het eruit zoals op bijgaande plaatjes.

Ook het fijne werk - het weghalen van houtsplinters en andere oneffenheden - vergt aardig wat tijd. Daarna worden de bouten en spijkers waarmee spanten en huidgangen aan elkaar zijn vastgezet verwijderd. Dat gebeurt net als bij de tandarts: met de 'kiezentrekker'. In de gaten die nu in de spanten overblijven worden houten pennen geslagen. Die moeten eerst handmatig worden gestoken, zoals dat heet, en precies pas gemaakt opdat er geen ruimte overblijft waar zich vocht, lucht en vuil kan verzamelen.


 

Restauratiejournaal 2

Daar gaat-ie dan. Peter Dorleijn zet onbarmhartig de zaag in de zij van de MK 63. Het werk dat hij 55 jaar geleden deed maakt hij nu weer ongedaan om slechte plekken van het hout in het achterschip te kunnen vervangen.
Het achterschip ligt grotendeeels boven water. Hout is een duurzaam materiaal. Onder water blijft hout langer goed dan erboven, maar met intensief onderhoud en natuurlijke smeermiddelen kun je de levensduur van het hout boven de waterlijn aanmerkelijk verlengen. Daardoor is het mogelijk zo'n oud vissersschip als varend erfgoed te behouden.

Omdat je niet zomaar hier en daar een stuk nieuw hout in zo'n schip kunt zetten moeten hele huidgangen van ruim acht meter worden vervangen. Dat is de enige manier om een sterk verband in het schip te kunnen behouden.
Op bijgaand filmpje van Dirk Lont zie je hoe eerst de delen van de bovenste huidgang tussen de spanten worden uitgezaagd. Daarna worden met beitel en hamer de delen van de huid die aan de spanten zijn vastgenageld voorzichtig losgeslagen. De nog uitstekende pennen of bouten waarmee de plank op de spanten was bevestigd worden er met de grote 'kiezentrekker' uitgetrokken. De resterende splinters worden weggewerkt en eventuele oppervlakkige slechte plekken in de spanten uitgekrabd, zorgvuldig opgevuld en vastgelijmd met een halfhoutje.


 

Restauratiejournaal 1

Voordat hij de loods in gaat wordt de botter grondig schoongespoten. Met de trekker wordt hij achterstevoren de werkloods van Scheepswerf Stofberg in gereden. Met z'n kop naar de wand zodat we alle ruimte hebben rond het achterschip, waar gerestaureerd moet worden. De kaarplaten, de geperforeerde houten platen aan weerszijden van de romp die het water in de bun doorlaten, zijn er al afgehaald.